Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding;
- de mondelinge behandeling op 9 januari 2018, waarvan aantekening is gehouden.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, gescheiden en wonend met haar kinderen in een vrije sector woning in Amsterdam, vordert verhoging van haar beslagvrije voet omdat de Belastingdienst geen rekening houdt met haar werkelijke woonlasten die aanzienlijk hoger zijn dan het wettelijk maximum. De Belastingdienst had beslag gelegd op haar loon met een beslagvrije voet van €183, wat volgens eiseres leidt tot een onaanvaardbare situatie.
De voorzieningenrechter oordeelt dat vanwege het dwingendrechtelijke karakter van artikel 475d Rv alleen kan worden afgeweken bij onaanvaardbare situaties naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Gezien de hoge woonlasten van €1.013,60 en de beperkte mogelijkheden voor een betaalbare woning in Amsterdam, is aannemelijk dat eiseres in een noodsituatie komt bij toepassing van de huidige beslagvrije voet.
De rechtbank verhoogt de beslagvrije voet tot €769, rekening houdend met het tweede inkomen waarop geen beslag ligt. Een terugwerkende kracht wordt niet toegekend. De vordering tot terugbetaling van teveel ingehouden bedragen wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De beslagvrije voet wordt verhoogd tot €769,00 per maand zonder terugwerkende kracht, vordering tot terugbetaling wordt afgewezen.