ECLI:NL:RBMNE:2018:1928
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek som ineens op grond van artikel 4:36 BW wegens ontbreken aantasting verdiencapaciteit
De zaak betreft een verzoek van verzoekster om een som ineens vast te stellen op grond van artikel 4:36 van Pro het Burgerlijk Wetboek, omdat zij langdurig zorg heeft verleend aan haar vader, erflater, zonder passende beloning en daardoor haar verdiencapaciteit zou hebben verloren.
Verzoekster stelde dat zij gedurende twaalf jaar circa 25 uur per week zorg heeft verleend, waardoor zij niet kon doorgroeien in haar werk en minder uren kon maken, hetgeen een verlies van verdiencapaciteit zou betekenen. Verweerster en belanghebbende betwistten dit, stellende dat de zorg niet zo intensief en noodzakelijk was als door verzoekster gesteld, dat er professionele hulp was ingeschakeld en dat verzoekster haar werkuren zelfs heeft uitgebreid.
De kantonrechter oordeelde dat verzoekster gedurende de gehele periode een fulltime aanstelling had en dat niet is gebleken dat zij door de zorg voor erflater haar verdiencapaciteit heeft verloren. De stellingen over gemiste promotiekansen zijn onvoldoende onderbouwd. Daarom is het verzoek afgewezen. Tevens is het conservatoir beslag dat verzoekster op de woning van verweerster had gelegd opgeheven en is verzoekster veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van de som ineens wordt afgewezen wegens ontbreken aantasting verdiencapaciteit.