ECLI:NL:RBMNE:2018:164
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C.J. Hamming
- M.N. Noorman
- H.B.W. Beekman
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor oplichting en diefstal met babbeltrucs en winkeldiefstal
Tussen september en november 2017 heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan vier oplichtingen en de diefstal van twee kratten met lege bierflesjes. Door middel van babbeltrucs waarbij hij zich voordeed als iemand in nood, wist hij slachtoffers te bewegen geld af te geven met de belofte dit terug te betalen, wat hij niet deed.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte listig en bedrieglijk handelde met een samenweefsel van verdichtsels, waardoor de slachtoffers werden misleid. De diefstal van de kratten werd bewezen met camerabeelden en getuigenverklaringen. Verdachte erkende de feiten, maar ontkende terugbetaling en stelde geen oplichting te hebben gepleegd.
De officier van justitie eiste plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet mogelijk was omdat eerdere straffen niet geheel waren uitgevoerd. De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van vijf maanden, waarbij de tijd in voorarrest in mindering werd gebracht.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot schadevergoeding van €12,90 aan een benadeelde partij voor een gekocht treinkaartje, met wettelijke rente. Verdachte moet ook eerdere voorwaardelijke gevangenisstraffen uitvoeren wegens recidive binnen de proeftijd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf en betaling van schadevergoeding wegens oplichting en diefstal.