ECLI:NL:RBMNE:2018:1474
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot aanhouding vereffening faillissementsvermogen en opname taxatie woning
Op 20 maart 2018 diende de verzoeker een verzoek in op grond van artikel 69 Faillissementswet Pro om de curator te bevelen de vereffening van zijn vermogen, waaronder aandelen, woning en inboedel, te staken totdat een klachtprocedure tegen KPMG bij de Accountantskamer was afgerond.
De curator reageerde dat het verzoek niet-ontvankelijk was omdat de schuldenaar alleen via artikel 69 Fw Pro kon klagen over toepassing van artikel 21 onder Pro 3e Fw en dat aanhouding niet in het belang van de boedel was. De curator stelde dat de vorderingen van schuldeisers niet afhankelijk waren van de klachtenprocedure en dat de vereffening tijdig en kostenefficiënt moest verlopen.
De rechter-commissaris oordeelde dat het verzoek ontvankelijk was, omdat het recht op ongestoord genot van eigendom ook in faillissement bescherming verdient, maar dat er onvoldoende aanleiding was om de vereffening op te schorten. De vorderingen van schuldeisers waren definitief vastgesteld en het bestaan van vorderingen op KPMG was onzeker en tijdrovend te onderzoeken. De curator heeft beleidsvrijheid en hoeft geen volgorde aan te houden bij vereffening.
Het verzoek om beeld- en geluidsopnamen van de taxatie werd eveneens afgewezen omdat dit geen betrekking had op curatorhandelingen en geen redelijk belang werd gezien. De beslissing tot afwijzing werd gegeven op 10 april 2018 door rechter-commissaris P.J. Neijt.
Uitkomst: Het verzoek tot aanhouding van de vereffening en het maken van beeld- en geluidsopnamen van de taxatie is afgewezen.