ECLI:NL:RBMNE:2018:1359

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 april 2018
Publicatiedatum
6 april 2018
Zaaknummer
16/055508-17 (P)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling met zwaar lichamelijk letsel

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 6 april 2018 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van mishandeling van het slachtoffer op 2 december 2016 te Hilversum, waarbij zwaar lichamelijk letsel zou zijn toegebracht. De tenlastelegging werd gewijzigd en de zaak werd behandeld in een meervoudige kamer.

Tijdens de zittingen op 12 december 2017 en 23 maart 2018 werden de standpunten van de officier van justitie, de verdediging en de benadeelde partij besproken. De officier van justitie vorderde vrijspraak vanwege twijfel over de betrouwbaarheid van verklaringen van de aangever en getuigen. De verdediging ondersteunde dit standpunt.

De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden en sprak verdachte vrij. De benadeelde partij had een schadevordering ingediend van €26.545,45, bestaande uit materiële en immateriële schade. De rechtbank verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in deze vordering, omdat verdachte werd vrijgesproken en verwees naar de burgerlijke rechter voor eventuele schadevergoeding.

De rechtbank veroordeelde de benadeelde partij ook in de kosten, die tot op heden nihil waren begroot. Het vonnis werd uitgesproken door drie rechters onder voorzitterschap van mr. R.J.C. Elte-Hamming.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van mishandeling met zwaar lichamelijk letsel.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/055508-17 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 6 april 2018
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [1967] te [geboorteplaats] (Turkije),
wonende te [woonplaats] , [adres] .

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 12 december 2017 en 23 maart 2018.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. B. Nitrauw, van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. V.R.C. Shukrula, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht, alsmede van de toelichting van mr. L.A. Korfker, advocaat te IJmuiden, op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zitting van de politierechter van 31 mei 2017 gewijzigd.
De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
op 2 december 2016 te Hilversum, al dan niet samen met een of meer anderen,
[slachtoffer] heeft mishandeld, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad.

3.VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.VRIJSPRAAK

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde, omdat er twijfel is gerezen over de betrouwbaarheid van de verklaring van aangever en een aantal getuigen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zodat zij hem hiervan zal vrijspreken.

5.BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 26.545,45. Dit bedrag bestaat uit € 6.545,45 materiële schade en € 20.000,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.
5.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering te verklaren.
5.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de rechtbank primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering te verklaren en subsidiair de vordering van de benadeelde partij af te wijzen.
5.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

6.BESLISSING

De rechtbank:
Vrijspraak
- verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Benadeelde partij
  • verklaart [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.C. Elte-Hamming, voorzitter, mr. V.M.A. Sinnige en
mr. M. Ferschtman, rechters, in tegenwoordigheid van J.J.J. Bernsen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 april 2018.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 2 december 2016 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft mishandeld door
  • die [slachtoffer] één of meerdere malen in/tegen het gezicht/het hoofd, althans het lichaam te stompen/te slaan en/of
  • die [slachtoffer] één of meerdere malen tegen het been, althans het lichaam te schoppen/te trappen,
terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten (blijvend) oogletsel en/of (blijvend) verlies reukvermogen en/of (blijvende) scheefstand van de neus, ten gevolge heeft gehad.