Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 maart 2018 in de zaak tussen
V.O.F. [eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat in de door eiseres genoemde omstandigheden geen reden is gelegen om van boeteoplegging af te zien of de boete te matigen. Er is geen sprake van afwezigheid van of verminderde verwijtbaarheid.
Tot slot heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd waarom acht boetes zijn opgelegd. Verweerder heeft ten aanzien van acht werknemers een overtreding geconstateerd, omdat iedere werknemer afzonderlijk recht heeft op betaling van het minimumloon en minimumvakantiebijslag. Daarom is ook hierin geen reden gelegen voor matiging van de boete.
Beslissing
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij de boete is vastgesteld op € 19.250,-;