Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
meerdere, althans een, geldbedrag(en)” niet voldoet aan de in artikel 261 van Pro het Wetboek van Strafvordering gestelde eisen.
4.Vrijspraak feit 3
5.Waardering van het bewijs
(zaak 2)aangifte gedaan van identiteitsfraude. Zij verklaarde dat zij op 29 oktober 2015 werd gebeld door haar broer of zij iets wist van Walibitickets die te koop werden aangeboden op Marktplaats. Hij was namelijk hierover gebeld door onbekenden. Op 2 november 2015 werd aangeefster gebeld door [D] . Zij vroeg aangeefster of zij tickets voor Walibi gekocht had. Zij had namelijk een bewijs van betaling ontvangen dat er geld was overgemaakt vanaf een aangeefster onbekend rekeningnummer ten name van [A] . Op 6 november 2015 werd aangeefster gebeld door [E] . Zij vroeg aan haar of zij tickets voor Walibi via Marktplaats gekocht had. Aangeefster gaf aan hier niets van te weten. [2]
(zaak 1)aangifte gedaan van oplichting en misbruik van haar identiteit via internet. Aangeefster verklaarde dat zij op 2 oktober 2015 via Marktplaats twee kaartjes bestemd voor “Exclusive Holland” te koop had gezet. Diezelfde dag werd via WhatsApp gereageerd door [A] . [A] wilde de kaarten na betaling van 150 euro per mail ontvangen. [4] De volgende dag ontving aangeefster een WhatsApp bericht met als afzender “ [A] ”, met de vraag of het geld al was gestort. Aangeefster meldde haar dat dat nog niet het geval was. Daarna werd de toon van de appjes met [A] steeds minder aardig en zij betichtte aangeefster van oplichting omdat zij de kaartjes nog niet had ontvangen. Om aan te geven dat zij geen oplichtster was, heeft aangeefster toen een foto van het rijbewijs via de WhatsApp getoond. De appberichtjes werden steeds dwingender en aangeefster besloot één kaartje van 75 euro te mailen naar het emailadres van [A] . Aangeefster heeft nooit geld voor dit kaartje ontvangen. [5]
(zaak 5)aangifte gedaan van oplichting in de periode tussen 19 oktober 2015 en 22 oktober 2015. Aangeefster verklaarde dat zij haar scooter van het merk Piaggio op Marktplaats te koop had gezet voor een bedrag van € 950. Op 19 oktober werd aangeefster via WhatsApp benaderd door iemand die zich [A] noemde, die de scooter wilde kopen. [A] gaf aan dat zij eigenaresse was van een snackbar en dat zij op 21 oktober 2015 één van haar medewerkers langs zou sturen. [6] Tijdens de WhatsApp gesprekken had [A] als bewijs een foto gestuurd van haar rijbewijs. Op 22 oktober 2015 kwam de koper naar aangeefster. Aangeefster zei dat de betaling zou worden geregeld bij de overschrijving van de scooter. Aangeefster wilde dan namelijk gelijk de screenshot van de bankoverschrijving van [A] zien. Vervolgens heeft rond 18.30 uur de overschrijving van de scooter plaatsgevonden. Aangeefster had een screenshot ontvangen. Hierop was te zien dat een bedrag naar aangeefster was overgemaakt van € 712,50. De screenshot stond op naam van [A] . Dit screenshot zag er voor aangeefster echt en betrouwbaar uit. [7] Aangeefster heeft het geld echter nooit op haar bankrekeningnummer ontvangen. [8] Diezelfde dag, 22 oktober 2015 om 18:47 uur stond de scooter geregistreerd op naam van verdachte. [9]
(zaak 12)aangifte gedaan van oplichting. Aangeefster wilde een kaartje van Neonsplash verkopen via Marktplaats. Aangeefster kreeg via WhatsApp een reactie van een persoon die zich [A] noemde, die dit ticket voor € 50 wilde kopen. Aangeefster heeft dit e-ticket vervolgens online naar [A] verzonden. Vervolgens zag aangeefster op Ticketswap.nl dat haar ticket daar werd aangeboden door accountnaam [accountnaam] . Aangeefster heeft geen betaling ontvangen. [11]
na goed contactmet verdachte, per bankoverschrijving betaald heeft. Het op een dergelijke wijze een ander bewegen toch een betaling te verrichten valt naar het oordeel van de rechtbank onder de kwalificatie “een samenweefsel van verdichtsels”.
6.Bewezenverklaring
7.De strafbaarheid van de feiten
8.De strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de straffen en maatregelen
10.Ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
meerdere, althans een, geldbedrag(en)” opgenomen onder feit 3 en verklaart de dagvaarding voor het overige geldig.
gevangenisstrafvan
18 (achttien) maanden.
groot 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 240 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen.
chadevergoedingsmaatregel