Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 februari 2017 in de zaak tussen
RTL Nieuws, te Hilversum, eiseres
de Minister van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
In zijn besluit van 26 augustus 2016 heeft verweerder ervoor gekozen om de rubricering van de documenten openbaar te maken door deze op de inventarislijst te vermelden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in redelijkheid de oorspronkelijke rubricering kunnen verstrekken door deze te vermelden op de inventarislijst.
Alle passages aangeduid met de letter A in deze voor het overige openbaar gemaakte documenten zijn door verweerder terecht geweigerd.
In de documenten 1, 3, 102, 107, 117 en A37 zijn door verweerder passages weggelakt op andere gronden. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de door verweerder ingeroepen weigeringsgronden met de daaraan ten grondslag gelegde motivering de geheimhouding dragen.
Document 19: de tekst achter de derde bulletpoint onder kopje Duiding is blijven staan, terwijl dezelfde tekst onder het kopje Situatiebeschrijving is weggelakt;
Document 24: de tekst achter de eerste bulletpoint onder het kopje Omgevingsanalyse (beeld van pers en publiek) bevat naar het oordeel van de rechtbank geen persoonlijke beleidsopvatting. Deze weigeringsgrond verzet zich dan ook niet tegen openbaarmaking van deze passage;
Document 58: de tekst achter de eerste bulletpoint onder Communicatie-actualiteiten bevat naar het oordeel van de rechtbank geen persoonlijke beleidsopvatting. Deze weigeringsgrond kan de weigering tot openbaarmaking niet dragen;
Document 104: de tekst achter de derde en vierde bulletpoint onder Nazorg/lange termijn bevat naar het oordeel van de rechtbank geen persoonlijke beleidsopvatting;
Document 118: naar het oordeel van de rechtbank valt niet in te zien waarom de weigeringsgrond onevenredige benadeling zich verzet tegen openbaarmaking van de tekst achter de achtste bulletpoint onder Separatistengebied/plaats delict (2).
Met betrekking tot document 147 merkt de rechtbank op dat op de openbaar gemaakte versie op pagina 3 geen weigeringsgrond staat vermeld. De rechtbank is in dit geval dan ook uitgegaan van de weigeringsgrond zoals vermeld op de inventarislijst. De rechtbank is van oordeel dat de weigeringsgrond van artikel 11, eerste lid, van de Wob de weigering tot openbaarmaking van de weggelakte passage kan dragen.
Voor de volledigheid merkt de rechtbank op dat vorenstaande ook opgaat voor de documenten A76 t/m A79. Verweerder heeft deze documenten alsnog aan de rechtbank toegezonden en de rechtbank stelt vast dat verweerder in het aanvullend besluit van 26 augustus 2016 terecht heeft overwogen dat dit verslagen van de MCCb betreffen.
Met betrekking tot document A58 stelt de rechtbank vast dat verweerder dit document opnieuw integraal heeft geweigerd. Volgens verweerder betreft ook dit document een MCCb-verslag. Gelet hierop overweegt de rechtbank dat ook voor dit document hetzelfde geldt als hiervoor is overwogen over de overige verslagen van de MCCb.
In zijn besluit van 26 augustus 2016 heeft verweerder van deze gelegenheid gebruik gemaakt en de tekst onder het kopje Duiding in alle documenten “Situatieschets en duiding” grotendeels openbaar gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de door verweerder nu nog geweigerde passages onder dit kopje op goede gronden geweigerd. De daaraan ten grondslag gelegde weigeringsgronden kunnen de weigering tot openbaarmaking steeds dragen.
Met betrekking tot document 157 merkt de rechtbank naar aanleiding van de zienswijze van eiseres hierover op dat over de weigering tot openbaarmaking van de passages op pagina’s 2 en 3 in de tussenuitspraak al is geoordeeld. Zoals verweerder terecht heeft opgemerkt is de weigering van deze passages door de rechtbank in de tussenuitspraak akkoord bevonden.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit en het besluit van 26 augustus 2016, voor zover daarbij de openbaarmaking is geweigerd van alle verslagen van de MCCb en de in rechtsoverwegingen 6 en 10 genoemde passages in de documenten 19, 21, 24, 58, 104 en 118;
- herroept het primaire besluit in zoverre;
- willigt het verzoek om openbaarmaking in zoverre in;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit en het besluit van 26 augustus 2016;