Partijen zijn gescheiden en de vrouw is verplicht tot betaling van partneralimentatie aan de man. De vrouw verzoekt de rechtbank om de alimentatie met ingang van 1 juli 2014 op nihil te stellen, stellende dat de man sinds eind 2014 een AOW-uitkering ontvangt en mogelijk pensioen, waardoor zijn behoefte aan alimentatie is komen te vervallen. Tevens beroept zij zich op rechtsverwerking omdat de man zijn recht op alimentatie niet meer zou hebben uitgeoefend.
De man betwist dat de wijziging van omstandigheden tot beëindiging van de alimentatie leidt en stelt dat hij juist onder het bestaansminimum heeft geleefd voordat hij AOW ontving. Ook is zijn gezondheid verslechterd. De vrouw heeft haar stellingen onvoldoende met bewijs onderbouwd, met name ontbreken inkomensgegevens van haarzelf. De rechtbank oordeelt dat de wijziging van omstandigheden niet zodanig is dat de alimentatie niet meer aan wettelijke maatstaven voldoet.
Ten aanzien van rechtsverwerking overweegt de rechtbank dat het enkele stilzitten van de man en tijdsverloop onvoldoende zijn om het gerechtvaardigd vertrouwen te wekken dat de man afstand heeft gedaan van zijn recht op alimentatie. De door de vrouw overgelegde e-mail bevat geen onomstotelijk bewijs van afstand. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de vrouw onredelijk benadeeld zou zijn.
De rechtbank concludeert dat noch de wijziging van omstandigheden, noch rechtsverwerking is aangetoond en wijst het verzoek van de vrouw af.