ECLI:NL:RBMNE:2017:6314
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter bij geschil over franchise- en huurovereenkomst Bruna
In deze civiele procedure vordert de franchisenemer nakoming van de franchise- en onderhuurovereenkomst door Bruna. Bruna stelt dat de kantonrechter absoluut onbevoegd is en verzoekt om verwijzing naar de handelskamer van de rechtbank.
De kantonrechter oordeelt dat de absolute onbevoegdheid niet bestaat omdat de vorderingen samenhangen met de huurovereenkomst, welke wel onder de bevoegdheid van de kantonrechter valt. De incidentele vordering van Bruna wordt daarom afgewezen en Bruna wordt veroordeeld in de proceskosten.
Wel wordt vastgesteld dat de kantonrechter relatief onbevoegd is omdat het gehuurde zich bevindt binnen het rechtsgebied van de rechtbank Oost-Brabant. De forumkeuze in het addendum doet hieraan niet af. Daarom wordt de zaak in de huidige stand doorverwezen naar de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, locatie Den Bosch.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich relatief onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Oost-Brabant.