De zaak betreft een geschil tussen [eiser] en Stichting De Alliantie over de afkoop van erfpacht- en koopgarantbepalingen van een woning die [eiser] via de Koopgarantregeling had gekocht. De Alliantie had besloten woningen teruggekocht via deze regeling te verhuren in plaats van opnieuw te verkopen, wat leidde tot onderhandelingen over afkoop van de bepalingen.
Na taxatie van de woning en berekening van de afkoopsom ontstond discussie over de inhoud van de overeenkomst, met name over het al dan niet opnemen van een anti-speculatiebeding. [eiser] stelde dat hij het aanbod tot afkoop van € 43.090,01 had aanvaard zonder dat dit beding onderdeel uitmaakte van de overeenkomst.
De rechtbank oordeelde dat op basis van de e-mailcorrespondentie en gedragingen van partijen voldoende wilsovereenstemming bestond over de afkoop tegen de genoemde som, zonder anti-speculatiebeding. De vordering van [eiser] tot nakoming werd toegewezen, terwijl de reconventionele vordering van De Alliantie tot beperking van doorverkoop werd afgewezen.
De Alliantie werd veroordeeld tot nakoming binnen een week en tot betaling van proceskosten. De rechtbank vond dat het belang van [eiser] bij nakoming zwaarder woog dan het belang van De Alliantie bij het voorkomen van speculatie, gelet op de individuele omstandigheden.