ECLI:NL:RBMNE:2017:5566
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige machtiging verblijf in psychiatrisch ziekenhuis
De officier van justitie verzocht op 14 september 2017 om een voorlopige machtiging om het verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis voort te laten duren. Betrokkene verblijft vrijwillig in de instelling maar geeft aan terug te willen naar haar woonplaats. De rechtbank nam kennis van de overgelegde stukken, waaronder een geneeskundige verklaring opgesteld door een specialist ouderengeneeskunde.
Tijdens de zitting bracht de advocaat van betrokkene naar voren dat de geneeskundige verklaring niet was ondertekend door de geneesheer-directeur en dat het behandelplan ontbrak. De specialist verklaarde ter zitting dat hij tevens plaatsvervangend geneesheer-directeur is en dat er wel een behandelplan is, dat met betrokkene is besproken. Betrokkene blijft aangeven naar haar woonplaats te willen, maar het is onduidelijk wat zij daar wil doen.
De rechtbank oordeelde dat de geneeskundige verklaring niet onmiskenbaar door de (plaatsvervangend) geneesheer-directeur was ondertekend, zoals vereist is bij een verzoek tot voorlopige machtiging indien betrokkene vrijwillig verblijft maar verzet toont. Daarom werd het verzoek afgewezen. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige machtiging voor het voortduren van het verblijf van betrokkene in het psychiatrisch ziekenhuis is afgewezen.