Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd te [verblijfplaats] .
Rechtbank Midden-Nederland
Op 24 maart 2017 heeft verdachte opzettelijk brand gesticht in haar kamer binnen een instelling, waarbij gevaar voor goederen en levensgevaar voor anderen aanwezig was. Verdachte bekende het feit en de rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen.
Verdachte verbleef ten tijde van het delict onder een lopende TBS-maatregel met dwangverpleging, opgelegd wegens een soortgelijk gronddelict. Psychiatrisch onderzoek wees op een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, maar de aard daarvan kon niet exact worden vastgesteld vanwege beperkte medewerking van verdachte.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 18 maanden met TBS, terwijl de verdediging pleitte voor volledige ontoerekeningsvatbaarheid en geen strafoplegging. De rechtbank oordeelde dat het opleggen van straf geen strafrechtelijk doel dient, mede omdat de lopende TBS-maatregel al voorziet in preventie en recidivevermindering.
Daarom werd besloten geen straf of maatregel op te leggen, waarbij het rechterlijk pardon werd toegepast. Verdachte werd wel strafbaar verklaard voor het bewezen feit, maar vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Geen straf of maatregel opgelegd wegens lopende TBS-maatregel en ontbreken strafrechtelijk doel.