De kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland behandelde een geschil tussen [eiseres], een verkoopster bij Catch Mode B.V., en haar werkgever over de toepassing van de Overbruggingsregeling transitievergoeding na opzegging van haar arbeidsovereenkomst.
Catch Mode had een ontslagvergunning op bedrijfseconomische gronden verkregen en stelde een beroep te kunnen doen op de Overbruggingsregeling, waardoor de transitievergoeding lager zou uitvallen. [Eiseres] betwistte dit en stelde dat Catch Mode niet voldeed aan de voorwaarden, met name dat de vlottende activa kleiner moeten zijn dan de kortlopende schulden op 31 december 2015.
De rechtbank onderzocht de jaarstukken en concludeerde dat de post 'schulden aan groepsmaatschappijen' grotendeels bestond uit een dividenduitkering die in rekening-courant was opgenomen. Gezien de omstandigheden en de langdurige rekening-courantverhouding was niet aannemelijk dat deze schuld binnen een jaar opeisbaar was. Hierdoor voldeed Catch Mode niet aan de voorwaarde dat de vlottende activa kleiner zijn dan de kortlopende schulden.
De rechtbank wees het beroep van Catch Mode op de Overbruggingsregeling af en veroordeelde Catch Mode tot betaling van het restant van de transitievergoeding van € 9.575,56 bruto, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. Ook werd Catch Mode veroordeeld tot het verstrekken van een specificatie en betaling van proceskosten.