Uitspraak
De f
eiten
Hetgeschil
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen [eisers c.s.] en [gedaagde] over negatieve uitlatingen op de Facebookpagina van [eiseres sub 1]. [Eisers c.s.] vorderden verwijdering van deze uitlatingen en een verbod op verdere negatieve uitlatingen, stellende dat deze onrechtmatig zijn en hun eer en goede naam schaden.
Feiten zijn onder meer dat [gedaagde] klachten had over gebrekkige uitvoering van een aannemingsovereenkomst door de voorganger van [eiseres sub 1], [bedrijf 2] B.V., waarvan de activiteiten door [eiseres sub 1] zijn overgenomen. [Gedaagde] had negatieve berichten geplaatst over slechte kwaliteit, gemaakte kosten en niet vervangen gebroken ruit.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de uitlatingen feitelijk zijn onderbouwd en niet onbetamelijk zijn geformuleerd. Het recht op vrije meningsuiting van [gedaagde] weegt zwaarder dan het belang van [eisers c.s.] bij bescherming van hun eer en goede naam, mede vanwege de uitnodiging op de Facebookpagina om meningen te geven.
De vordering tot verwijdering en verbod wordt afgewezen en [eisers c.s.] worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verwijdering van Facebook-uitlatingen en verbod op verdere negatieve uitlatingen wordt afgewezen.