Uitspraak
Verstekvonnis van 25 oktober 2017
[gedaagde] ,
De overwegingen van de kantonrechter
€ 9.803,82
€ 4.650,00
€ 300,00(1 punt x tarief € 300,00)
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een doorlopend kredietovereenkomst uit 1995 waarbij de schuldenaar vanaf 2004 is gestopt met aflossen. Ondanks meerdere betalingsregelingen en aanmaningen, werd de hoofdsom niet afgelost en liep de rente steeds verder op. De schuldeiser startte pas in 2017 een gerechtelijke procedure om betaling af te dwingen.
De kantonrechter constateert dat de schuldeiser misbruik van bevoegdheid heeft gemaakt door de betalingsregeling aan te bieden terwijl duidelijk was dat de hoofdsom niet zou worden afgelost en de rente steeds zou oplopen. Tevens heeft de schuldeiser onredelijk lang gewacht met het starten van de procedure na het uitblijven van betalingen.
Op grond van artikel 3:13 BW Pro wordt de gevorderde contractuele rente afgewezen. De hoofdsom van € 10.728,28 wordt toegewezen, evenals de proceskosten. De gevorderde rente over de hoofdsom wordt niet toegekend omdat dit leidt tot een onevenredig nadeel voor de schuldenaar.
Uitkomst: Hoofdsom van € 10.728,28 toegewezen, contractuele rente afgewezen wegens misbruik van bevoegdheid.