Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
.
Rechtbank Midden-Nederland
Verdachte heeft in de periode februari tot mei 2017 zeven winkeldiefstallen gepleegd in Emmeloord, waarbij hij bij twee diefstallen geweld gebruikte of bedreigde met geweld tegen winkelpersoneel. De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van camerabeelden, getuigenverklaringen en bekennende verklaringen van verdachte.
De verdediging voerde vrijspraak aan voor meerdere feiten, onder meer door ontkenning van aanwezigheid en twijfel aan herkenning op camerabeelden, maar deze verweren werden verworpen. Verdachte heeft een lange geschiedenis van vermogensdelicten en verslavingsproblematiek, waardoor de rechtbank het recidiverisico hoog acht.
Op advies van de reclassering en gezien de ernst en herhaling van de feiten, legde de rechtbank aan verdachte een maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) op voor de maximale duur van twee jaar met tussentijdse toetsing na acht maanden. De rechtbank vond een kortere duur onvoldoende gelet op de complexiteit van de problematiek en het benodigde behandeltraject.
De maatregel is opgelegd om de veiligheid van personen en goederen te waarborgen en gedragsverandering bij verdachte te bewerkstelligen, gezien zijn eerdere veroordelingen en het gebruik van geweld tijdens diefstallen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van feiten die niet wettig en overtuigend bewezen konden worden en verklaarde het bewezen verklaarde strafbaar en strafbaar gesteld volgens de artikelen 310 en 312 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Verdachte wordt geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar.