Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
geldbedragen heeft witgewassen.
2.VOORVRAGEN
3.VRIJSPRAAK
Voornoemde besloten vennootschappen [BV 1] en [BV 5] zijn beide alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van [BV 3]
is enig aandeelhouder en alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van [BV 2] Daarnaast is [BV 3] enig aandeelhouder en alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van [BV 4]
heeft aangegeven dat verdachte bij het voorgaande op geen enkele wijze betrokken is geweest. Ook verdachte zelf heeft iedere betrokkenheid ontkend.
Dat op de betreffende aangiften omzetbelastingdienst het emailadres van verdachte staat vermeld en dat door de Belastingdienst naar dit emailadres een bevestiging is gestuurd van de ontvangst van de aangiften, maakt dat niet anders. Dit houdt immers niet automatisch in dat verdachte de inhoud van de stukken heeft gezien en/of daarmee heeft ingestemd. Verdachte en de officier van justitie hebben immers ter zitting verklaard dat de inhoud van de aangiften niet uit die bevestiging blijkt. Dat verdachte vol opzet had op het feitelijk leiding geven aan/opdracht geven tot het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting kan gelet op al het bovenstaande niet worden bewezen. De officier van justitie heeft er ter zitting op gewezen dat verdachte salaris ontving terwijl hij wist dat het financieel slecht ging met de bv’s, maar hieruit volgt niet dat sprake was van voorwaardelijk opzet op het doen van onjuiste en/of valse aangiften omzetbelasting. Evenmin is in het dossier bewijs aanwezig waaruit blijkt dat verdachte enige wetenschap had van het opstellen van het rapport inzake de jaarrekening 2009 en/of de jaarrekening 2009 van de in de tenlastelegging genoemde bv’s door medeverdachte [medeverdachte] of dat hij hieraan een bijdrage heeft geleverd. Verdachte heeft weliswaar verklaard dat hij voorafgaand aan het opstellen van de (rapporten inzake de) jaarrekening gesprekken had met [medeverdachte] , maar ter zitting heeft hij toegelicht dat hij daarbij niet op de hoogte is geraakt van de inhoud van de jaarrekening en dat hij dus niet heeft kunnen zien dat de betreffende (rapporten inzake de) jaarrekening 2009 vals/vervalst waren. De rechtbank ziet in het dossier geen aanknopingspunten om aan deze verklaring te twijfelen.
4.BESLISSING
mr. R.C. Moed, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Rigter, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 augustus 2017.
groot aantal(elektronische) aangifte(n) voor de omzetbelasting,
waaronder