ECLI:NL:RBMNE:2017:4180
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en toewijzing schadevergoeding wegens beroepsziekte door blootstelling aan oplosmiddelen
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 16 augustus 2017 uitspraak gedaan in een zaak waarin een werknemer schadevergoeding vordert wegens beroepsziekte chronische toxische encephalopathie (CTE) veroorzaakt door blootstelling aan oplosmiddelen tijdens zijn dienstverband.
De werkgever betwistte de relevante blootstelling en de diagnose CTE, maar de rechtbank bevestigde de aansprakelijkheid van de werkgever op grond van artikel 7:658 BW Pro. De rechtbank stelde vast dat de werknemer ernstige cognitieve beperkingen heeft die verband houden met de blootstelling, maar ook andere gezondheidsklachten die niet aan de werkgever kunnen worden toegerekend.
De schadevergoeding werd begroot op €64.570, bestaande uit smartengeld (€20.000), verlies van zelfwerkzaamheid (€6.850), vergoeding van eigen bijdrage persoonsgebonden budget (€36.720) en medische kosten (€1.000). De rechtbank wees de vordering tot vergoeding van inkomensschade af, omdat het ontslag op bedrijfseconomische gronden plaatsvond en reeds is gecompenseerd.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding met wettelijke rente vanaf dagvaarding en tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van €64.570 schadevergoeding wegens beroepsziekte CTE veroorzaakt door blootstelling aan oplosmiddelen.