Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
De rechtbank is van oordeel dat verdachte, door niet alleen inlichtingen over de drugs te verstrekken, maar ook als bemiddelaar en/of contactpersoon bij de totstandkoming van de drugsdeal te blijven fungeren, voorbereidingshandelingen voor de beoogde uitvoer van de cocaïne heeft verricht. Verdachte heeft deze handelingen bovendien in nauwe samenwerking met [medeverdachte 1] verricht. Immers, verdachte heeft hem benaderd en is met hem meerdere keren naar Zeist afgereisd ter voorbereiding en uitvoering van de drugsdeal. Aldus is de rechtbank, anders dan de raadsvrouw, van oordeel dat sprake is van het medeplegen, bestaande uit een gezamenlijke uitvoering van deze voorbereidingshandelingen.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 27 en 47 van het Wetboek van Strafrecht en
- 10 en 10a van de Opiumwet;
10.BESLISSING
3 jaren;