Betrokkene is sinds 2010 ter beschikking gesteld met een bevel tot verpleging van overheidswege, waarvan de termijn in februari 2017 zou eindigen. Het openbaar ministerie verzocht om verlenging van deze maatregel met twee jaar. Diverse deskundigen, waaronder klinisch psychologen en psychiaters, hebben rapporten uitgebracht waarin zij het recidiverisico als hoog inschatten en adviseren de terbeschikkingstelling te verlengen.
De rechtbank nam kennis van de adviezen en het standpunt van betrokkene, die aangeeft stappen te hebben gezet maar nog steeds worstelt met zijn situatie. De officier van justitie pleitte voor verlenging met twee jaar, terwijl de raadsvrouw betoogde dat de kliniek niet voortvarend had gehandeld en verzocht om verlenging met één jaar om de voortgang te monitoren.
De rechtbank oordeelde dat de terbeschikkingstelling niet gemaximeerd is en dat het recidiverisico en de noodzaak tot stapsgewijze resocialisatie een verlenging van twee jaar rechtvaardigen. Er was geen sprake van een niet voortvarend verloop van de behandeling. De rechtbank besloot daarom de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen, conform de adviezen van de deskundigen en het openbaar ministerie.