De rechtbank Midden-Nederland heeft op 4 april 2017 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van het bezit van ongeveer 150 gram hennep, het telen van hennep in de uitoefening van een bedrijf en het stelen van elektriciteit. De hennepkwekerij werd op 26 januari 2015 aangetroffen in de woning van verdachte te Almere, waarbij ook een illegale stroomvoorziening werd geconstateerd.
Verdachte voerde aan dat hij onder dwang handelde en dat anderen verantwoordelijk waren voor de hennepteelt, maar deze verklaring werd niet aannemelijk geacht door de rechtbank. Het beroep op psychische overmacht werd verworpen omdat geen verifieerbare bewijsstukken werden aangeleverd.
De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen en veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 100 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar. De strafoplegging hield rekening met de ernst van de feiten, de risico's van de illegale stroomvoorziening en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.