Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.De procedure
- de dagvaarding met daarbij zes producties
- de brief van 26 juni 2017 van de zijde van ADW met daarbij 22 producties
- het faxbericht van 26 juni 2017 11:59 uur van de zijde van ADW met daarbij de eis in reconventie
- de brief van 26 juni 2017 van de zijde van Media036 c.s. met daarbij productie 7 tot en met 14
- het faxbericht van 26 juni 2017 18:22 uur van de zijde van ADW met daarbij het productieoverzicht behorend bij de eerder ingediende brief met producties
- de mondelinge behandeling op 27 juni 2017
- de pleitnota van Media036 c.s.
- de pleitnota van ADW
2.De feiten
3.Het geschil in conventie
4.Het geschil in reconventie
5.De beoordeling
Ontvankelijkheid
Daarbij is onder meer relevant (i) de aard van de gepubliceerde uitlatingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die uitlatingen betrekking hebben, (ii) de ernst - bezien vanuit het algemeen belang - van de misstand die aan de kaak wordt gesteld, (iii) de mate waarin de uitlatingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal, (iv) de totstandkoming en inkleding van de uitlatingen, (v) het gezag dat het medium waarop de uitlatingen zijn gepubliceerd geniet en (vi) de maatschappelijke positie van de betrokken persoon. Genoemde omstandigheden wegen niet alle even zwaar. Welke omstandigheden van toepassing zijn en welk gewicht daaraan moet worden gehecht, hangt af van het concrete geval.
816,00