Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Beslissing van de meervoudige kamer van 10 juli 2017 in de zaak tussen
Als derde-partijen hebben aan het geding deelgenomen: [derde-partij 1] , [derde-partij 2] ,
[derde-partij 4],
[derde-partij 5],
[derde-partij 6],
[derde-partij 7],
[derde-partij 9],
[derde-partij 10],
[derde-partij 11]en
[derde-partij 12],
Procesverloop
- de opgeslagen materialen en niet-bewoonde stacaravans, woonunits, kampeermiddelen, containers en overige bouwwerken vóór 15 juli 2016 te verwijderen en verwijderd te houden;
- de bewoning van de stacaravans, woonunits en andere kampeermiddelen vóór
- de niet langer bewoonde stacaravan, woonunit of andere kampeermiddelen binnen twee weken na de constatering dat de bewoning ervan is gestopt, maar uiterlijk 15 december 2015
- de voor huisvesting van seizoenarbeiders bedoelde verrijdbare caravans vóór 15 juli 2016 te verwijderen en verwijderd te houden.
Overwegingen
rapport van hetlegalisatieonderzoek van 13 november 2015). Bij brief van 23 februari 2016 heeft verweerder een vooraankondiging van een last onder bestuursdwang aan eiser gestuurd. Vervolgens heeft verweerder de besluiten genomen, zoals vermeld onder ‘Procesverloop’.