Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 7 juli 2017 in de zaak tussen
[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres
de Autoriteit Persoonsgegevens, verweerster
de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)
Procesverloop
Overwegingen
Eiseres heeft bij brief van 28 december 2015 laten weten dat zij een nader onderzoek niet nodig vindt, omdat volgens haar volstrekt duidelijk is dat sprake is van overtredingen, waartegen verweerster onmiddellijk zou moeten optreden. Verweerster heeft deze brief van eiseres opgevat als een ingebrekestelling en heeft daarom het primaire besluit genomen, waarin zij het verzoek om handhaving heeft afgewezen. Deze afwijzing berust op het gegeven dat het artikel-60-onderzoek van verweerster nog niet was afgerond en dus nog niet vaststond of NZa een overtreding had begaan. Handhaving was in dit stadium dus (nog) niet aan de orde.
De rechtbank geeft verweerster gelijk in haar standpunt dat er in beginsel een wettelijke basis is voor het verzamelen, verwerken en verstrekken van medische persoonsgegevens in het DIS. Dat bij de aanvang van het systeem is gezegd dat er geen gebruik gemaakt zou worden van persoonsgegevens, maakt op zichzelf anders dan eiseres meent nog niet dat het onrechtmatig is dat dit wel gebeurt. De hiervoor genoemde wettelijke bepalingen geven die basis namelijk wel. Wat aan deze discussie ten grondslag ligt, is de gewijzigde opvatting over wat precies persoonsgegevens zijn. De rechtbank moet echter de wet toepassen en zich niet laten afleiden door de aanvankelijke opvatting dat de wijze van verwerken geen persoonsgegevens opleverde. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Verweerster heeft betoogd dat de onrechtmatige incidentele verstrekkingen door de NZa onmiddellijk zijn gestaakt toen het onderzoek daarnaar startte. Verweerster stelt dat zij uitsluitend handhavend kan optreden als een overtreding voortduurt of als er een groot risico bestaat op een herhaling van de overtreding. Omdat de verstrekking is gestaakt en verweerster geen aanleiding heeft om aan te nemen dat deze verstrekking op enig moment zal worden hervat, heeft zij geen last onder dwangsom opgelegd aan de NZa. Een boete is in dit geval niet aan de orde, omdat de bevoegdheid tot het opleggen van een boete pas in werking is getreden op 1 januari 2016 en dus niet kan worden ingezet voor eventuele overtredingen van voor die datum.
- per taak van de NZa onderzoeken en motiveren of daarvoor noodzakelijk is dat medische persoonsgegevens worden verzameld en verwerkt en niet kan worden volstaan met geanonimiseerde gegevens;
- onderzoeken en motiveren waarom er geen handhavingsinstrumenten zijn ingezet in de richting van de Minister van VWS en het CPB met als doel om de onrechtmatig verstrekte gegevens terug te laten sturen of te vernietigen.
De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen verweerster de gebreken kan herstellen op acht weken na verzending van deze tussenuitspraak.
Beslissing
- houdt iedere verdere beslissing aan.