Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
Sta op. De honden(De Politie)
zijn ons huis binnengevallen.
Ga weg!
Maak je gereed. Verdomme. Ik ga me niet meer in die stad laten zien, verdomme.
Maar hoe weet je dat?
[D] heeft me geschreven.
Was [verdachte] in het huis?
Als je er naartoe gaat, moet je mij bellen dan gaan we met elkaar praten, want voor het geval dat iemand open doet en dat ze je gaan oppakken, dat kan ik het horen. En als je binnen komt, dan moet je alles in de gat verstoppen. [9]
Hij weet het niet, dat het boven ligt.
Hoezo, ik heb het hem laatst verteld. Ik heb hem eergisteren gezegd, dat hij het moest verstoppen, want het lag daarboven.
En dat van gisteren?
De politieauto en de vrachtwagen staan er nog steeds. De politieman is niet te zien.
Het is kut, [A] . Als de deur open staat, dan is het gedaan, [A] . Er ligt daar hasj, wiet, alles. [11]
Er was iets aan het groeien en er was iets afgesneden, je weet wel….en er lag ook iets anders, een nog andere soort … goed [C] , we bellen nog. [12]
Wat is daar vreemd aan. Ik heb dat gehoord van [A] ”. [15]
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 10, 27, 33, 33a, 47, 57, 91 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en
- 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet;