Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de tussenbeslissing van de wrakingskamer van 24 februari 2017
- de tweede mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek op 23 mei 2017.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze wrakingszaak heeft verzoekster een verzoek ingediend tot wraking van de rechter die haar civiele zaak behandelde. Na een eerste tussenbeslissing en een tweede mondelinge behandeling heeft de rechter aangegeven zich te willen verschonen indien het wrakingsverzoek niet wordt gehonoreerd, omdat hij zich niet meer vrij voelt de zaak te behandelen.
De wrakingskamer heeft overwogen dat de rechterlijke partijdigheid kan worden vermoed vanwege de beschreven woordenwisseling tussen de rechter en de advocaat van verzoekster. Dit leidt tot een gegrond verzoek tot verschoning van de rechter. Omdat de rechter zich wenst te verschonen, heeft verzoekster geen belang meer bij het wrakingsverzoek, dat daarom niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De procedure wordt voortgezet zonder de betrokken rechter, waarbij de zaak wordt hervat in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot verschoning van de rechter wordt gegrond verklaard, waarna de procedure wordt voortgezet zonder deze rechter.