Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 mei 2017 in de zaken tussen
[eiser 1] te [woonplaats] , eiser 1 (UTR 16/3215)
[eiser 2] , te [woonplaats] , eiser 2 (UTR 16/3242)
de burgemeester van de gemeente Amersfoort, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Toetsen van initiatievengenoemde aspecten. Verweerder stelt zich hierover op het standpunt dat bij de eerste vestiging van een horecabedrijf op de betreffende locatie is getoetst aan de horecanota. De [vestigingsadres 1] wordt ook expliciet genoemd in de horecanota als zijnde harde horeca. Er wordt gekeken naar de fysieke inpasbaarheid van het horecabedrijf op de locatie, is er bijvoorbeeld sprake van een uitbreiding van de activiteiten. Nu daar in dit geval geen sprake van was en de bestemming past binnen het bestemmingsplan dat van recenter datum is dan de horecanota, is er geen ruimte voor toetsing aan de horecanota, aldus verweerder. De rechtbank is van oordeel dat verweerder gelet op het voorgaande heeft mogen concluderen dat geen aanleiding bestaat de exploitatievergunning te toetsen aan de horecanota.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:4 en 7:12 van de Awb;