Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 mei 2017 in de zaak tussen
Accountants voor de Gezondheidszorg B.V., te Utrecht, eiseres
[derde-partij], te [woonplaats]
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een loonsanctie opgelegd door het UWV aan Accountants voor de Gezondheidszorg B.V. wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in spoor 1 voor een zieke werknemer. De werkgever stelde dat zij wel voldoende inspanningen had verricht en voerde onder meer aan dat het hoor en wederhoor niet zorgvuldig was toegepast en dat de medische beoordeling onjuist was.
De rechtbank oordeelt dat de werkgever voldoende procesbelang heeft bij het beroep en dat het hoor en wederhoor-proces adequaat is gevolgd, ondanks dat de werknemer niet persoonlijk aanwezig was. De medische beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep wordt als zorgvuldig en goed gemotiveerd beoordeeld, ook al wijkt deze af van het bedrijfsartsadvies.
De rechtbank stelt vast dat de werkgever geen bevredigend resultaat heeft bereikt in de re-integratie en onvoldoende re-integratie-inspanningen in spoor 1 heeft geleverd. De door de werkgever overgelegde arbeidsdeskundige rapportage was niet tijdig afgerond en kon daarom niet worden meegewogen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de loonsanctie blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen en verklaart het beroep ongegrond.