Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de schriftelijke vordering van de officier van justitie, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;
- het strafdossier onder parketnummer 16/707628-15, waaruit blijkt dat [verdachte] bij vonnis van 22 december 2016 van deze rechtbank is veroordeeld ter zake van – kort gezegd – deelneming aan een criminele organisatie die zich bezig hield met het exporteren van harddrugs in de periode van 15 september 2015 tot en met 10 november 2015;
- het proces-verbaal nr. PL0981/2015203392.EIND (onderzoek 14Start), pagina 1 tot en met 4350;
- het ontnemingsproces-verbaal, pagina 1 tot en met 1733, inhoudende onder meer het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel betreffende [verdachte] , met bijlagen, nr. FIN‑AH‑78 van 18 april 2016;
- de conclusie van antwoord van de raadsman van 23 augustus 2016;
- de conclusie van repliek van de officier van justitie van 10 oktober 2016;
- de conclusie van dupliek van de raadsman van 17 november 2016;
- de overige stukken,
2.De beoordeling
3.Toepasselijke wettelijke voorschriften
4.De beslissing
€ 32.657,-(zegge: tweeëndertigduizend zeshonderd zevenenvijftig euro);
€ 32.657,-(zegge: tweeëndertigduizend zeshonderd zevenenvijftig euro);