Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1] ,
2.[gedaagde sub 2] ,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 11 januari 2017;
- de akte na hervatting van het geding van [voornaam van gedaagde sub 2] ;
- de antwoordakte van [voornaam van gedaagde sub 1] .
2.De feiten
3.De beoordeling
- betaling door de moeder, althans door [voornaam van gedaagde sub 1] als curator, van € 41.594,63 aan schadevergoeding vanwege de brand (schoonmaak en herstel), en vergoeding van de omzetschade, nader op te maken bij staat;
- levering aan hem van het pand aan de [straatnaam] tegen betaling van een koopsom van € 150.000, met oplegging van een dwangsom; subsidiair een schadevergoeding van € 300.000; en daarnaast bepaling dat dit vonnis in de plaats treedt van de medewerking van gedaagden aan levering;
- betaling door [voornaam van gedaagde sub 1] , als curator en in privé, van een schadevergoeding van € 33.808,56 in verband met de procedures over de rechterlijke machtiging tot verkoop van het pand, en daarnaast van een schadevergoeding met verwijzing naar de schadestaatprocedure;
- met veroordeling van [voornaam van gedaagde sub 1] als curator en in privé in de kosten van deze procedure.
- een verklaring voor recht dat het pand aan [B] geleverd mag worden;
- opheffing van het beslag;
- een verklaring voor recht dat het beslag onrechtmatig was, met een schadevergoeding van € 6.837,72;
- een schadevergoeding van € 16.715,26 vanwege de kosten van de procedures over de rechterlijke machtiging;
- betaling van € 103.961 aan achterstallige huur en van € 3.233,47 aan gemeentelijke belastingen;
- veroordeling van [voornaam van eiser] in de kosten van deze procedure.