Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 10 februari 2017 de strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van afpersing en poging tot afpersing van twee aangevers in februari 2016. De tenlastelegging hield in dat verdachte, al dan niet in vereniging met anderen, met geweld en/of bedreiging geld had geëist van de aangevers.
Tijdens de zittingen op 18 november 2016 en 27 januari 2017 werd het bewijs besproken, waaronder sms-gesprekken en een door de politie meegeluisterd telefoongesprek. De officier van justitie achtte het bewijs wettig en overtuigend, terwijl de verdediging stelde dat de communicatie juist de verklaring van verdachte bevestigde dat hij betaling vorderde zonder bedreiging.
De rechtbank oordeelde dat de inhoud van de sms-gesprekken en het telefoongesprek ook passen bij de verklaring van verdachte dat de aangevers hem nog geld verschuldigd waren en dat hij daarop aandrong zonder bedreiging. Er was geen objectieve bron die de aangiftes ondersteunde met bewijs van bedreiging of geweld.
Daarom kon de rechtbank niet tot de overtuiging komen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan de ten laste gelegde feiten en sprak hij verdachte vrij. Omdat verdachte niet schuldig werd verklaard, werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering en werd verwezen naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van afpersing en poging afpersing.