Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 20 juli 2016
- het proces-verbaal van comparitie van 21 september 2016
- de akte nadere bewijslevering van Rabobank van 19 oktober 2016
- de akte uitlating van [eiser] van 16 november 2016.
2.De feiten
- op het onderkennen, voorkomen, onderzoeken en bestrijden van gedragingen die kunnen leiden tot benadeling van de branche waar de financiële instelling deel van uitmaakt, van de economische eenheid (groep) waartoe de financiële instelling behoort, van de financiële instelling zelf, alsmede van haar cliënten en medewerkers;
- op het onderkennen, voorkomen, onderzoeken en bestrijden van oneigenlijk gebruik van producten, diensten en voorzieningen en/of (pogingen) tot strafbare of laakbare
3.Het geschil
4.De beoordeling
- [A] [eiser] heeft verteld dat hij alleen een buitenlandse bankrekening had, terwijl [eiser] hem al gedurende ongeveer tweeënhalf jaar vaak in zijn woonplaats had gezien, zodat het niet hebben van een Nederlandse bankrekening op zijn minst de vraag oproept waarom niet
- [eiser] wist dat een kassamedewerkster had geweigerd een biljet van € 500 van [A] in ontvangst te nemen, waaruit [eiser] heeft moeten afleiden dat € 500-biljetten niet gangbaar zijn (voor zover hij dat niet al wist)
- [A] de verkoopopbrengst, bestaande uit 61 biljetten van € 500, aan [eiser] heeft gegeven met de vraag deze voor hem te storten, dit bedrag in kleinere coupures weer op te nemen en deze coupures aan hem af te geven
- [A] bereid was om [eiser] hiervoor 3% van het gewisselde bedrag te betalen
- [eiser] niet weet wat de achternaam van [A] is en waar hij woont.
1.130,00(2,5 punten × tarief € 452,00)