Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
(feit 1 primair)en
(feit 2).
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 23 februari 2016 een man veroordeeld voor het meermalen plegen van ontuchtige handelingen met twee minderjarige meisjes jonger dan zestien jaar en het bezit van kinderpornografisch materiaal. De feiten vonden plaats tussen februari en juni 2013 in Lelystad en Dronten. Verdachte stuurde via WhatsApp seksueel getinte berichten en foto's naar de slachtoffers en vroeg hen om soortgelijke beelden terug te sturen. Daarnaast had hij in juli 2014 diverse kinderpornografische foto's en films in bezit.
Tijdens de terechtzitting op 9 februari 2016 bekende verdachte de feiten. De rechtbank achtte het bewijs, waaronder verklaringen en proces-verbalen, wettig en overtuigend. Verdachte had geen strafblad en toonde oprecht berouw. Hij was reeds vrijwillig in behandeling bij een hulpinstelling om zijn gedrag te corrigeren.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van een week en een werkstraf van 180 uur met een vervangende hechtenis van 90 dagen. De verdediging vroeg om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de schending van de redelijke termijn. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van termijnoverschrijding en legde een werkstraf van 180 uur op, met een vervangende hechtenis van 90 dagen voor het geval de taakstraf niet wordt uitgevoerd.
De rechtbank benadrukte de ernst van de feiten, met name het bezit van kinderpornografie, maar hield rekening met de bekentenis, het berouw, het blanco strafblad en de reeds ingezette hulpverlening. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 180 uur werkstraf met vervangende hechtenis van 90 dagen wegens ontuchtige handelingen met minderjarigen en bezit van kinderpornografie.