ECLI:NL:RBMNE:2016:7744
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- K.G. van de Streek
- P.K. van Riemsdijk
- P.K. Oosterling-van der Maarel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte beroving wegens onvoldoende bewijs
Verdachte werd ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 15 december 2014 in Almere betrokken zou zijn geweest bij een beroving waarbij een jas en een mobiele telefoon werden weggenomen onder bedreiging en geweld.
Tijdens de terechtzitting op 8 november 2016 ontkende verdachte elke betrokkenheid. De officier van justitie baseerde zijn bewijs op een fotoconfrontatie, verklaringen van de broer van de aangever en de aangever zelf, waaronder dat de daders een woning van de neef van verdachte binnengingen.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende overtuigend was. De fotoconfrontatie riep vragen op vanwege onjuiste signalementskenmerken en etnische verschillen tussen testobservatoren en verdachte. Ook was sprake van verklaringen van horen zeggen en onduidelijkheid over de identiteit van de dader.
Gezien deze onzekerheden kon verdachte niet buiten redelijke twijfel als dader worden aangewezen, waardoor hij werd vrijgesproken. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen wegens de vrijspraak. Tevens werd een eerdere maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen niet ten uitvoer gelegd.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij beroving.