ECLI:NL:RBMNE:2016:7593

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 december 2016
Publicatiedatum
21 februari 2017
Zaaknummer
C/16/419426 / FO RK 16-39
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 278 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vervangende toestemming voor moeder in alle zaken rondom minderjarige

De vader en moeder hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun minderjarige kind. Zij verzochten de rechtbank om de moeder vervangende toestemming te verlenen voor alle handelingen die daarvoor nodig zijn, zoals medische beslissingen, schoolzaken en het aanvragen van identiteitsbewijzen.

De rechtbank overwoog dat ouders met gezamenlijk gezag onderling afspraken kunnen maken over het nemen van beslissingen, maar dat het verzoekschrift onvoldoende concreet was geformuleerd. Het verzoek was te algemeen en onbepaald, waardoor de rechtbank niet kon beoordelen of de gevraagde handelingen in het belang van het kind waren.

De rechtbank stelde dat het verzoek feitelijk neerkomt op het toekennen van éénhoofdig gezag aan de moeder, wat niet de wens van partijen was. Daarom wees de rechtbank het verzoek af.

De zitting vond plaats met gesloten deuren, waarbij de vader niet verscheen. De moeder en haar advocaat waren wel aanwezig, evenals een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming.

Uitkomst: Het verzoek om de moeder vervangende toestemming te geven voor alle noodzakelijke handelingen is afgewezen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/16/419426 / FO RK 16-39
vervangende toestemming
Beschikking van 21 december 2016
in de zaak van
[verzoekster 1],
wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: de moeder,
en
[verzoeker 2],
wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: de vader,
verzoekers,
advocaat mr. J. Ran te Utrecht

1.Verloop van de procedure

1.1.
De vader en de moeder hebben op 6 juli 2016 ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift, met bijlagen, ingediend dat ertoe strekt de moeder vervangende toestemming te verlenen in alle zaken waarvoor zulks nodig is.
1.2.
De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 25 oktober 2016.
Verschenen zijn:
  • De moeder met de advocaat van partijen;
  • Mevrouw [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming Midden-Nederland, locatie Utrecht, hierna te noemen de Raad.
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

2.Vaststaande feiten

2.1.
Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
2.2.
Het minderjarige kind van partijen is:
[minderjarige], geboren op [2006] te [geboorteplaats] (hierna: [voornaam van minderjarige] ).
2.3.
Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 9 juli 2014 zijn de vader en de moeder gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [voornaam van minderjarige] .

3.Beoordeling van het verzochte

3.1.
Partijen hebben verzocht om aan de moeder vervangende toestemming te verlenen in alle zaken waarvoor zulks ten behoeve van [voornaam van minderjarige] nodig is, zoals het aanvragen van een paspoort/identiteitsbewijs, alle zaken waarvoor behandeling door een arts noodzakelijk is, alle zaken met betrekking tot school en overige zaken waarvoor vervangende toestemming noodzakelijk is.
3.2.
De rechtbank overweegt dat ouders die gezamenlijk het gezag over een kind uitoefenen ervoor kunnen kiezen om één ouder met instemming van de andere ouder alle beslissingen over het kind te laten nemen. Dit wordt ook wel “uitgekleed gezag” genoemd. In dat geval kan de vader met de moeder een overeenkomst sluiten of haar een volmacht geven voor de te nemen beslissingen. De rechtbank heeft de moeder en de advocaat van partijen ter zitting voorgehouden dat partijen dit onderling kunnen regelen en daarvoor geen beslissing van de rechtbank nodig hebben. De advocaat heeft hierop geantwoord dat het niet lukt om de vader, die vaak langdurig geheel buiten beeld is, te bereiken voor het goedkeuren en ondertekenen van een dergelijke overeenkomst of volmacht.
3.3.
Artikel 278 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat het verzoekschrift (onder meer) een duidelijke omschrijving dient te bevatten van het verzoek.
De rechtbank overweegt dat het verzoek zoals dat in het verzoekschrift is geformuleerd, niet aan het vereiste van een duidelijke omschrijving voldoet. Het verzoek tot het geven van vervangende toestemming dient te gaan om concrete handelingen waarover de rechter zich een oordeel moet kunnen vormen.
Het door partijen verzochte is zo algemeen en onbepaald dat de rechtbank onvoldoende kan bepalen of en in hoeverre de te verrichten handelingen wenselijk zijn in het belang van het kind. In feite kan de rechtbank alleen aan de wens van partijen tegemoet komen door aan de moeder het éénhoofdig gezag toe te kennen. Maar dit gaat in tegen de uitdrukkelijke wens van partijen. Partijen hebben daar dan ook niet om verzocht.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van partijen moeten afwijzen.

4.Beslissing

De rechtbank
Wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.L.M. Urbanus (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van drs. M.G.M. van Rijnstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2016. [1]

Voetnoten

1.type: RMv(M