Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
op tegenspraakgewezen in de zaak tegen:
1.Het onderzoek ter terechtzitting
- de heer [minderjarige 1] , benadeelde partij;
- de heer [minderjarige 2] , benadeelde partij;
- de ouders van [minderjarige 3] , benadeelde partij;
- de ouders van [minderjarige 4] en [minderjarige 5] , benadeelde partij;
- mr. F.A. ten Berge, namens de benadeelden voornoemd;
- mevrouw E.J. Muller, psycholoog, getuige-deskundige;
- mevrouw M.D. Beijer, psycholoog, getuige-deskundige; en
- de heer [getuige] , getuige.
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs en bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
- bij verdachte bestond ten tijde van het plegen van het bewezen verklaarde een ziekelijke stoornis van de geestvermogens;
- op de gepleegde misdrijven is een gevangenisstraf van vier jaar of meer gesteld;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist oplegging van die maatregel.
8.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
€ 18.176,84 aan materiële schade en een voorschot van € 5.000,00 aan immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2016, zijnde de zittingsdatum waarop de vordering is ingediend, tot aan de dag van algehele voldoening.
[minderjarige 2]als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 1.500,00 (zegge vijftienhonderd euro), bestaande uit immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2016, zijnde de zittingsdatum waarop de vordering is ingediend, tot aan de dag van algehele voldoening.
[minderjarige 3]als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 3.586,16 (zegge drieduizendvijfhonderdzesentachtig euro en zestien cent), bestaande uit
[minderjarige 4]als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 3.587,00 (zegge drieduizendvijfhonderdzevenentachtig euro), bestaande uit
[minderjarige 5]als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 3.587,00 (zegge drieduizendvijfhonderdzevenentachtig euro), bestaande uit
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
42 maanden.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat de terbeschikkinggestelde van overheidswege zal worden
verpleegd.
[minderjarige 1]gedeeltelijk toe tot € 23.176,84 (zegge drieëntwintigduizendhonderdzesenzeventig euro en vierentachtig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2016 tot aan de dag van algehele voldoening.
[minderjarige 2]toe tot € 1.500,00 (zegge vijftienhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.
[minderjarige 3]toe tot € 3.586,16 (zegge drieduizendvijfhonderdzesentachtig euro en zestien cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2016 tot aan de dag van algehele voldoening.
[minderjarige 4]toe tot € 3.587,00 (zegge drieduizendvijfhonderdzevenentachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
[minderjarige 5]toe tot € 3.587,00 (zegge drieduizendvijfhonderdzevenentachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf