Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het wrakingsverzoek van 23 november 2016 met bijlagen;
- de schriftelijke reactie van mr. R.A. Steenbergen van 5 december 2016;
- de mondelinge behandeling op 9 december 2016.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker, een B.V., diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die meerdere civiele zaken behandelde waarin verzoeker als gedaagde stond tegenover 125 individuele eisers. Verzoeker stelde dat de rechter vooringenomen was omdat alle verzoeken tot splitsing van de procedures structureel werden afgewezen, ondanks verschillende onderbouwingen. Tevens wees verzoeker op een regiecomparitie waarbij de rechter aangaf de procedures synchroon te willen behandelen om vooringenomenheid en overbelasting te voorkomen.
De rechter verweerde zich door te stellen dat de synchronisatie van de zaken was bedoeld om consistentie en efficiëntie te waarborgen en dat elke splitsingsvordering zorgvuldig was beoordeeld. De wrakingskamer overwoog dat het afwijzen van splitsingsverzoeken niet per definitie wijst op vooringenomenheid en dat de rechter steeds de argumenten van partijen heeft afgewogen. Ook werd geoordeeld dat onvrede over een beslissing onvoldoende is voor wraking.
Daarnaast werd het wrakingsverzoek voor zover dit betrekking had op eerdere voorvallen en een specifieke zaak niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek niet tijdig was ingediend. De wrakingskamer besloot het wrakingsverzoek in zoverre ongegrond te verklaren en de procedure voort te zetten zoals die was voor de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet zoals voor de schorsing.