Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
[gedaagde sub 3],
[gedaagde sub 4],
[gedaagde sub 5],
Rechtbank Midden-Nederland
De Utrechtse vastgoedeigenaar spande drie kort gedingen aan om huurders uit hun woningen te zetten omdat zij de woningen kamersgewijs bewonen, hetgeen volgens hem in strijd is met de huurovereenkomst. De gemeente Utrecht had aan de verhuurder een dwangsom opgelegd wegens kamerverhuur zonder vergunning. De verhuurder vorderde dat de huurders de woningen zouden verlaten.
De kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft de vorderingen van de verhuurder afgewezen. De rechter oordeelde dat de verhuurder geen recht had op ontruiming van de huurders op deze grond. De procedure bestond uit een dagvaarding met producties, een akte met aanvullende producties van de huurders, een mondelinge behandeling en pleitnota's van beide partijen.
De kantonrechter veroordeelde de verhuurder tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de huurders, begroot op €600 aan salaris gemachtigde. Het vonnis werd in verkorte vorm uitgesproken en de nadere schriftelijke motivering zou uiterlijk op 21 december 2016 volgen.
Uitkomst: De vorderingen van de verhuurder tot ontruiming van de huurders zijn afgewezen.