Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
[gedaagde sub 3],
[gedaagde sub 4],
Rechtbank Midden-Nederland
Een Utrechtse vastgoedeigenaar spande drie kort gedingen aan om huurders uit hun woningen te zetten omdat zij de woningen kamersgewijs bewonen zonder vergunning voor kamerverhuur. De gemeente had de verhuurder een dwangsom opgelegd wegens het ontbreken van een vergunning. De verhuurder stelde dat de huurders in strijd met de huurovereenkomst handelden en eiste ontruiming.
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak in een kort geding en wees de vorderingen van de verhuurder af. De rechter oordeelde dat de verhuurder geen recht had op ontruiming op deze grond. Tevens werd de verhuurder veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de huurders. De uitspraak werd gedaan in verkorte vonnissen met een nadere schriftelijke motivering die uiterlijk 21 december 2016 zou volgen.
De uitspraak bevestigt dat kamerverhuur zonder vergunning niet automatisch leidt tot ontruiming en benadrukt het belang van een zorgvuldige afweging van de belangen van huurders en verhuurder.
Uitkomst: De vorderingen van de verhuurder tot ontruiming van huurders wegens kamerverhuur zonder vergunning zijn afgewezen.