De kantonrechter van Midden-Nederland behandelde het verzoek tot ontslag van de huidige beschermingsbewindvoerder en de benoeming van een nieuwe bewindvoerder voor twee rechthebbenden. De huidige bewindvoerder verzocht om ontslag vanwege frustraties over het gedrag van de rechthebbenden, waaronder het aangaan van contracten zonder overleg en het doen van onoverlegde uitgaven terwijl er schulden zijn.
De kantonrechter constateerde dat de samenwerking tussen de bewindvoerder en de rechthebbenden niet langer mogelijk was. De rechthebbenden werden erop gewezen dat zij de aanwijzingen van de bewindvoerder moeten opvolgen om een stabiele financiële situatie te creëren.
Een nieuwe bewindvoerder verklaarde zich bereid de taak op zich te nemen en er waren geen bezwaren tegen diens benoeming. De kantonrechter ontsloeg de huidige bewindvoerder met ingang van 1 januari 2017 en benoemde de nieuwe bewindvoerder met ingang van dezelfde datum.
Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen drie maanden na uitspraak, uitsluitend in te dienen door een advocaat.