ECLI:NL:RBMNE:2016:5367
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring wrakingsverzoek tegen kinderrechter in voorlopige voogdijzaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kinderrechter die een beschikking tot voorlopige voogdij had genomen zonder voorafgaand horen van alle belanghebbenden, waaronder verzoeker zelf. Verzoeker stelde dat het conceptrapport van de Raad voor de Kinderbescherming ten onrechte als definitief was aangemerkt en dat hij niet als belanghebbende was erkend.
De wrakingskamer oordeelde dat de wet een uitzondering maakt op het beginsel van hoor en wederhoor in spoedeisende gevallen, zoals bij voorlopige voogdij. De zitting op 22 september 2016 diende om alsnog de belanghebbenden te horen. Het wrakingsverzoek was bovendien niet tijdig ingediend, waardoor het niet-ontvankelijk werd verklaard.
Inhoudelijk zou het verzoek ook ongegrond zijn geweest, omdat het niet horen voorafgaand aan de beschikking wettelijk is toegestaan en het niet als belanghebbende erkennen van verzoeker later is hersteld. Het verzoek tot wraking werd afgewezen en de hoofdprocedure werd voortgezet vanaf het moment van schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard en de hoofdprocedure wordt voortgezet.