ECLI:NL:RBMNE:2016:5095
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.M. Dijksterhuis
- M.J. Slootweg
- E.G.J. Broekhuizen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verlenging opsporingsbevoegdheid Boa wegens onvoldoende motivering
Eiser, werkzaam als Boa sinds 2000, kreeg geen verlenging van zijn opsporingsbevoegdheid vanwege een incident in 2013 waarbij hij buitensporig geweld zou hebben gebruikt. Hoewel het Gerechtshof hem schuldig verklaarde aan mishandeling, werd geen straf of maatregel opgelegd. Verweerder baseerde het besluit op dit arrest en adviezen van korpschef en hoofdofficier, stellende dat eiser niet langer betrouwbaar en van onbesproken gedrag was.
Eiser voerde aan dat de verklaring omtrent gedrag (vog) en de omstandigheden waaronder het Gerechtshof geen straf oplegde, onvoldoende zijn meegewogen. Tevens wees hij op zijn onberispelijke staat van dienst en het feit dat hij na het vonnis van de politierechter zijn werkzaamheden zonder incidenten heeft voortgezet.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe de belangenafweging is gemaakt, met name waarom het bewezenverklaarde feit zwaarder weegt dan het ontbreken van straf en de omstandigheden van het incident. Ook is niet duidelijk hoe de tijd sinds het incident en de staat van dienst zijn meegewogen. Hierdoor ontbreekt een deugdelijke motivering, waardoor het besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van verlenging van de opsporingsbevoegdheid van eiser als Boa wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.