ECLI:NL:RBMNE:2016:5040
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring wrakingsverzoek tegen rechter-commissaris wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris vanwege vermeende partijdigheid tijdens getuigenverhoren, waarbij de advocaat van verzoeker niet aanwezig kon zijn door een administratieve fout en het voortijdig starten van verhoren door de rechter-commissaris.
De rechter-commissaris handhaafde haar beslissing om de verhoren door te laten gaan, waarbij zij de belangen van de verdediging meenam en de planning en waarheidsvinding als zwaarwegend beschouwde. De advocaat had geen vragen ingediend en gaf aan niet aanwezig te zijn.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen feiten of omstandigheden waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Beslissingen van de rechter-commissaris werden als procesbeslissingen beoordeeld die niet onbegrijpelijk waren.
Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet zoals deze was op het moment van schorsing door het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt ongegrond verklaard en de strafprocedure wordt voortgezet.