ECLI:NL:RBMNE:2016:4957
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in spoedeisende familierechtelijke zaak
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in een kort geding over de woon- en schoolplaats van een minderjarige. Zij stelde dat de rechter onvoldoende rekening hield met haar procesbelang door het verlenen van verlof voor dagvaarding op verkorte termijn en dat er sprake was van vooringenomenheid door de wijze van behandeling en bewoordingen van de rechter.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 Rv Pro en artikel 6 EVRM Pro, waarbij de onpartijdigheidsnormen en jurisprudentie van de Hoge Raad en het EHRM zijn toegepast. De kamer concludeerde dat het spoedeisend karakter van de zaak het verlenen van verlof op verkorte termijn rechtvaardigde en dat verzoekster geen concrete behoefte aan uitstel of aanvullende stukken had aangetoond.
De wrakingskamer vond geen aanwijzingen voor persoonlijke vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvan. De rechter had het belang van de minderjarige benoemd zonder inhoudelijk oordeel over de zaak te geven. Het wrakingsverzoek werd dan ook ongegrond verklaard en de procedure werd voortgezet in de stand van vóór de schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.