Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift,
- het verweerschrift,
- de mondelinge behandeling op 9 augustus 2016,
- de pleitnota van [verzoekster] ,
- de akte wijziging van eis ter zitting.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster trad op 28 december 2009 als uitzendkracht in dienst bij een horecabedrijf en vervolgde haar werkzaamheden vanaf 1 januari 2012 bij een nieuw opgerichte vennootschap, verweerster. De arbeidsovereenkomst eindigde op 31 maart 2016 zonder verlenging. Verzoekster vorderde een transitievergoeding, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.
Verweerster betwistte het recht op transitievergoeding omdat zij meent dat de arbeidsduur niet aaneengesloten was en dat sprake was van een functiewijziging die opvolgend werkgeverschap uitsluit. De kantonrechter stelde vast dat ondanks de functiewijziging de arbeidsovereenkomsten meetellen omdat de werkzaamheden voor dezelfde werkgever werden verricht. Ook werd geoordeeld dat de onderbreking korter dan zes maanden was en dat het uitzendbeding niet schriftelijk was overeengekomen, waardoor dit niet tot een nieuwe arbeidsovereenkomst leidt.
De kantonrechter berekende de transitievergoeding op basis van het gemiddelde loon over de laatste twaalf maanden en wees het gevorderde bedrag van verzoekster deels toe, namelijk €4.391,64, met wettelijke rente vanaf 1 mei 2016. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Verweerster werd veroordeeld in de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verweerster moet een transitievergoeding van €4.391,64 betalen met wettelijke rente vanaf 1 mei 2016, incassokosten worden afgewezen.