ECLI:NL:RBMNE:2016:4710

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 augustus 2016
Publicatiedatum
25 augustus 2016
Zaaknummer
4413381 UC EXPL 15-13354 SH/1017
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • S.C. Hagedoorn
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering ontbinding koopovereenkomst paard wegens verkeerde partij

Eiser vordert ontbinding van de koopovereenkomst en schadevergoeding wegens de verkoop van een kreupel paard. Eiser stelt dat gedaagde tekortgeschoten is in de nakoming door het paard te verkopen, terwijl gedaagde betwist verkoper te zijn en ontkent dat het paard gebreken had.

De kantonrechter stelt vast dat de koopovereenkomst op briefpapier van een eenmanszaak is getekend, waarbij de eigenaar van het paard een derde persoon is, de vader van gedaagde. Uit de overeenkomst blijkt dat gedaagde slechts als intermediair optrad en het paard in consignatie had.

Eiser heeft onvoldoende gesteld om aan te nemen dat gedaagde als verkoper optrad. De betaling is niet aan gedaagde gedaan en er is geen contact met haar geweest over de koop. De vordering wordt daarom afgewezen omdat deze tegen de verkeerde partij is gericht.

Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vordering tot ontbinding en schadevergoeding wordt afgewezen omdat gedaagde niet de verkoper is.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 4413381 UC EXPL 15-13354 SH/1017
Vonnis van 3 augustus 2016
inzake
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
verder ook te noemen [eiser] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. S.A. Wensing,
tegen:
[gedaagde] h.o.d.n. [naam],
wonende te [woonplaats] ,
verder ook te noemen [gedaagde] ,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. L.M. Schelstraete.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis in incident van 25 november 2015,
- de conclusie van antwoord,
- het vonnis van 27 januari 2016 waarbij een zitting is bepaald,
- de zitting van 30 juni 2016.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil en de beoordeling daarvan

2.1.
[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de ontbinding, dan wel de gehele of gedeeltelijke vernietiging, van de tussen partijen gesloten koopovereenkomst met betrekking tot het paard [naam] en de veroordeling van [gedaagde] om aan [eiser] te voldoen € 16.479,42, te vermeerderen met de wettelijke rente, de buitengerechtelijke incassokosten en de kosten ten behoeve van het paard vanaf 1 juni 2015, nader op te maken bij staat, en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
2.2.
Ter onderbouwing van die vordering stelt [eiser] dat [gedaagde] jegens [eiser] toerekenbaar
is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst door aan haar een paard te verkopen dat kreupel bleek te zijn. [gedaagde] betwist dat zij de verkoper van het paard is. Zij betwist verder dat het paard gebreken vertoonde op het moment van verkoop.
2.3.
De kantonrechter stelt vast dat [eiser] een overeenkomst heeft getekend met betrekking tot de aankoop van het paard. Die overeenkomst is afgedrukt op papier van “ [naam] ”” (hierna aan te duiden als [naam] ), onderaan het papier zijn ook de adresgegevens van [naam] vermeld. [naam] is de éénmanszaak van [gedaagde] . De overeenkomst vermeld onder meer:

betreft: aankoop van het paard [naam]
namens de eigenaar van bovengenoemd paard [A]
wonende te [woonplaats] aan de [adres] , hierna te noemen de verkoper*
(*ondergetekende zal bij/door afwezigheid van de verkoper in zijn opdracht de honneurs van de verkoper/eigenaar waarnemen. Bij verkoop van het paard, mag de ondergetekende de betalingen van het paard inclusief de stalling, training etc. in ontvangst nemen terwijl de kosten van stalling en training verrekend mogen worden met het verkoopbedrag. De verkoper tekent dit document hieronder vooraf voor akkoord. Het paard staat bij ondergetekende in z.g. consignatie en betreft een privé paard.”.
[A] is de vader van [gedaagde] . [gedaagde] stelt dat het paard door [A] is verkocht en dat deze vordering dus niet tegen haar kan worden ingesteld.
2.4.
[eiser] heeft gesteld dat zij een paard van een stal (de kantonrechter begrijpt een hippisch centrum) wenste te kopen en niet van een privé persoon. Daarom heeft zij contact gezocht met [naam] . Zij heeft daar het paard bezichtigd, de onderhandelingen hebben daar plaatsgevonden en de overeenkomst is daar gesloten. [eiser] is er steeds van uitgegaan dat [gedaagde] [A] was. Deze laatste woont ook op de manege. De onderhandelingen zijn gevoerd met een mevrouw die zei dat zij commercieel directeur van [naam] was. Nadat de gebreken aan het paard aan het licht kwamen is er ook contact geweest met [naam] .
2.5.
[gedaagde] heeft gesteld dat de onderhandelingen niet zijn gevoerd door [A] of haarzelf, maar door een mevrouw die voor [naam] als bemiddelaar optrad. Uit de verkoopovereenkomst en het onderzoeksrapport van de dierenarts met betrekking tot het paard blijkt duidelijk dat het paard eigendom was van [A] . Het paard is in het KWPN register (Koninklijke Warmbloed Paardenstamboek Nederland) geregistreerd op naam van [A] . Aan [eiser] is nooit gezegd dat [naam] of [gedaagde] de eigenaar van het paard was.
2.6.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de tekst van de overeenkomst duidelijk blijkt dat het hier gaat om een paard dat werd verkocht door [A] . Uit de tekst van de overeenkomst blijkt duidelijk dat sprake was van een privé paard en dat [naam] optrad als bemiddelaar. De tekst van de overeenkomst sluit aan bij de informatie die blijkt uit het onderzoeksrapport van de dierenarts en de informatie in het KWPN register. [eiser] heeft onvoldoende gesteld waaruit moet worden afgeleid dat zij er, ondanks de tekst van de overeenkomst, van uit mocht gaan dat [gedaagde] als verkoper optrad. Dat de verkoper op hetzelfde adres woont als waar [naam] is gevestigd maakt nog niet dat daaruit kan worden afgeleid dat [gedaagde] als verkoper moet worden aangemerkt. [gedaagde] woont niet op hetzelfde adres als waar [naam] is gevestigd en haar naam is duidelijk anders dan die van [A] . [eiser] heeft niet gesteld dat zij contact heeft gehad met [gedaagde] . De betaling voor het paard is niet verricht aan het op het briefpapier (en de overeenkomst) genoemde rekeningnummer van [naam] . De kantonrechter wijst er voorts op dat uit de brief van de advocaat van [gedaagde] van 11 juni 2015 blijkt dat hij zich op dat moment al op het standpunt stelt dat [gedaagde] niet de verkoper was van het paard. Dat er, nadat de gebreken aan het licht kwamen, contact is geweest met [naam] maakt dit alles niet anders. [naam] had immers als intermediair opgetreden en het paard was bij [naam] gestald voor de verkoop. In dat contact heeft [gedaagde] niet erkend dat zij verkoper was van het paard. Bij een latere keuring van het paard door dierenarts [dierenarts] waren [A] en zijn echtgenote aanwezig, [gedaagde] was daarbij niet aanwezig.
2.7.
De kantonrechter is op grond van het voorgaande van oordeel dat de vordering moet worden afgewezen omdat deze zich richt tot de verkeerde partij. [gedaagde] heeft het paard niet aan [eiser] verkocht en kan dus ook niet worden aangesproken op eventuele gebreken van het paard. [eiser] was van dit standpunt van [gedaagde] ruim voor het uitbrengen van de dagvaarding op de hoogte, maar heeft er toch voor gekozen om alleen [gedaagde] in dit geding te betrekken. Dat leidt er toe dat haar vordering nu wordt gewezen.
2.8.
[eiser] zal, als in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van het geding worden veroordeeld.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vorderingen af;
3.2.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 600,- aan salaris gemachtigde;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 3 augustus 2016.