Deze zaak betreft een beroepsaansprakelijkheidsvordering van Woo tegen Rabobank, waarbij Woo stelt dat Rabobank in 2002 een fout heeft gemaakt door haar niet te adviseren over een beurspolis zonder preventieclausules met een vergelijkbare premie.
Woo verhuurde een pand dat in 2010 afbrandde; Interpolis weigerde uit te keren vanwege preventieclausules. Woo vordert schadevergoeding van Rabobank wegens een beroepsfout bij het verzekeringsadvies. De rechtbank oordeelt dat een polis zonder preventieclausules met vergelijkbare premie een beter product zou zijn geweest, maar dat onvoldoende is aangetoond dat zo'n polis een reële en gangbare optie was.
De verklaringen van makelaars aan beide zijden zijn voornamelijk meningen; de slechte staat van onderhoud van het pand maakt het onzeker of een beurspolis zonder preventieclausules haalbaar was. Bovendien heeft Woo niet gevraagd om een dergelijke polis, en was Rabobank niet verplicht dit spontaan aan te bieden.
Het standpunt van Woo dat Rabobank ook in latere jaren had moeten adviseren tot overstap wordt te laat ingebracht en blijft buiten beschouwing. De rechtbank concludeert dat Rabobank niet tekortgeschoten is in haar zorgplicht en wijst de vordering af. Woo wordt veroordeeld in de proceskosten.