Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
1.Deprocedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
€ 26.505,84;
€ 26.505,84ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 11 juli 2016 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen veroordeelde, die eerder veroordeeld was voor cocaïnehandel en winkeldiefstal. De ontnemingsvordering van de officier van justitie betrof een bedrag van €26.505,84, gebaseerd op berekeningen van wederrechtelijk verkregen voordeel uit de drugshandel en de heling van parfumerieartikelen.
De rechtbank heeft het bewijs en de berekeningen van de officier van justitie overgenomen, waarbij is vastgesteld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de winkeldiefstal €1.056,24 bedroeg en uit de cocaïnehandel €25.449,60. De verdediging voerde aan dat er mogelijk meerdere personen betrokken waren bij de drugshandel en dat niet elk telefoongesprek een deal betrof, maar deze stellingen werden door de rechtbank niet aannemelijk geacht.
De rechtbank achtte het aannemelijk dat alleen inkomende gesprekken op het dealnummer een transactie betekenden en baseerde de winstberekening op het aantal inkomende gesprekken, de gemiddelde verkochte hoeveelheid per transactie en de nettowinst per gram cocaïne. De totale ontnemingsmaatregel werd vastgesteld op €26.505,84 en veroordeelde werd verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €26.505,84 aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.