Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juni 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Eiser heeft op 6 juli 2015 bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Bij brief van 21 augustus 2015 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld vanwege het uitblijven van het besluit op het bezwaar en verweerder verzocht om alsnog binnen twee weken een besluit te nemen. Eiser heeft verweerder er daarbij tevens op gewezen dat een dwangsom is verschuldigd indien verweerder niet binnen twee weken een besluit op zijn bezwaarschrift heeft genomen. Verweerder heeft bij besluit van 7 oktober 2015 (verzonden op 14 oktober 2015) alsnog op het bezwaar beslist. Eiser heeft de rechtbank verzocht de hoogte van de verbeurde dwangsom vast te stellen, vermeerderd met de wettelijke rente.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven;
- stelt de door verweerder verbeurde dwangsom vast op € 1.180,-;
- veroordeelt verweerder tot betaling aan eiser van de wettelijke rente over genoemd bedrag van € 1.180-, berekend vanaf 9 december 2015 tot aan de dag van gehele voldoening;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 167,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 992,-.
mr. I. Ahmadali, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2016.